Arno Arts (Boxmeer 1947- Arnhem 2018)

Op 3 april j.l. overleed beeldend kunstenaar Arno Arts. 

Vaak kleurrijk gekleed in zijn bomberjack of getailleerd colbert was hij een opvallende verschijning in Arnhem, in Klarendal waar hij sinds 1979 woonde, in het bijzonder. Arts volgde van 1965 tot 1971 de opleiding aan de toen nog geheten Academie voor Beeldende Kunst in Arnhem en onderscheidde zich al snel met zijn virtuoze hyperrealistische tekenstijl en een herkenbare beeldtaal. Arts gebruikte vaak thema's uit de reclame, verpakkingsmateriaal en uit de populaire media, die hij secuur natekende met kleurpotlood en speels combineerde met tekeningen van alledaagse consumptieartikelen zoals shampooflessen, bierglazen of een krat met bloemkolen. Geïnspireerd door reclame en marketing ontwikkelde hij naast zijn vrije werk tevens publieksprojecten. 

Typerend voor zijn kunstenaarschap was dat hij zijn werk als uitgangspunt nam om in contact te komen met anderen: toeschouwers en bezoekers van zijn tentoonstellingen werden deelnemers, die niet zelden foto’s van zichzelf of multiples, door Arts ‘souvenirs’ genoemd, mee naar huis kregen en met wie hij een gesprek aanging over kunst en andere zaken. Hij bediende zich van een grote verscheidenheid aan materialen en disciplines om uitdrukking te geven aan een idee dat vaak verband hield met de omgeving waarin het werk werd getoond, of soms was ingegeven door de opdrachtgever. 

Zijn oeuvre omvat schilderijen, tekeningen, grafiek, objecten, multiples, installaties en ‘aksies’. Zo reed hij uitgedost als liftjongen een dag mee op de bus die tijdens de jaarlijkse opening van het culturele seizoen in september 1993 langs alle culturele instellingen reed in Arnhem. De reizigers mochten na uitstappen met Arno op de foto die ze na afloop gratis konden afhalen. Het maken van kunstsouvenirs loopt als een rode draad door zijn oeuvre. In 1987 presenteerde hij samen met andere kunstenaars tijdens Documenta 8 in Kassel het CITY souvenir project, in 2001 werd zijn Tassenproject in Almere gerealiseerd samen met zijn geliefde Terry van Gurp en René Oudenhoven: twintigduizend kunstwerken in de vorm van papieren draagtassen, uitgedeeld onder het winkelende publiek, maakten van het centrum een wandelende kunstetalage.

“In het alledaagse zit ongekend veel schoonheid en pracht. Ik hou ervan om kleine dingen te vergroten en ze de glans te geven die ze verdienen”
, zo merkte hij op in een interview in 2012. Arts streefde er naar om mensen op een andere manier naar kunst te laten kijken, niet als iets verhevens, maar als een eindeloze bron van creativiteit, zoals hij dat zelf ook uitleefde. Al zijn werk bevatte een kwinkslag en speelse ironie. Op zijn website pronkt niet voor niets de zin: ‘A WORK OF ARTS IS A JOY FOREVER’. In Museum Arnhem had Arno Arts in 1982 een solotentoonstelling, waarna 12 delen uit de reeks Every Picture tells a story (1979-1981) werden verworven voor de collectie. De reeks was ontstaan nadat Arts zijn minutieuze tekeningen van willekeurige objecten naar verschillende schrijvers en journalisten had gestuurd met het verzoek om een verhaaltje bij de afbeelding te schrijven. Zo verrijkten de verhalen van onder meer H.H. ter Balkt, Maarten Beks en Thomas Verbogt de tekeningen van Arno Arts.

“There arno arts”, is een van de vele woordgrappen waarbij hij zijn naam als uitgangspunt gebruikte. There arno arts anymore. De kunstenaar overleed in het bijzijn van zijn geliefde Terry op 70-jarige leeftijd. 

Door Mirjam Westen, conservator hedendaagse kunst

www.museumarnhem.nl gebruikt cookies. Klik hier voor meer informatie.